Het mooie zwaarveld tussen Neer en Buggenum.

 

Het bloeiende Buggenummerveld is niet meer.

 

Het Buggenummerveld waar vroeger de fruitbomen bloeiden, appelen en peren groeiden en veel gezinnen een boterham verdienden staat nu volop in de belangstelling van ontgronders, overheid en multinationals. 

 

 

Buggenummerveld

Het prachtige open Buggenummerveld is gelegen tussen de twee kernen Neer en Buggenum. De N273 (Napoleonsweg) vormt de westgrens, Bouxweerd en Maas de oostgrens. Het Buggenumseveld word doorsneden door een aantal verharde en onverharde wegen. Aan de vorm van het gebied is wel te herkennen dat de Maas in het verleden door dit gebied heeft gemeanderd. Het Buggenumerveld is één van de mooiste min of meer oorspronkelijke rivierlandschappen in Midden-Limburg. Door het beeldbepalende open veld en de lager gelegen graslanden ontstaat een beeld voor de bezoeker dat als uniek en waardevol wordt ervaren. De historisch behouden waardevolle dorpsranden van Neer en Buggenum versterken dit beeld. In mijn ogen is het Buggenumse Veld, een van de allerlaatste relatief onaangetaste cultuurlandschappen in de regio. Door zijn schaal, openheid en ligging is het Buggenumse Veld bovendien een voor Limburgse begrippen bijzonder akkerbouwgebied. Je kunt er het landschap nog echt ‘lezen’. In oostelijke richting kijk je vanaf de Napoleonsweg ongehinderd over het Maasdal heen richting het hoogterras bij de Duitse grens en vanaf Buggenum zie je in noordelijke richting Neer fier bovenop het Maasterras liggen. Er hebben veranderingen plaats gevonden in het gebied, maar zeer bescheiden. In 1964 heeft op het grondgebied van Neer een ruilverkaveling plaats gevonden. In het jaar 2000 werd het Buggenumse gedeelte via een versnelde RAK (ruilverkaveling administratief karakter) verkaveld. De 500 ha grote verkaveling telde ruim 400 percelen met 250 eigenaren, wat aangeeft dat het Buggenummerveld erg versnipperd was. De ruilverkaveling Buggenummerveld ging de boeken in als de snelste ruilverkaveling van Nederland.

In bestemmingsplannen van de Gemeente Leudal heeft het Buggenumseveld deels de bestemming agrarisch gebied en deels agrarisch gebied met land-schappelijke waarden. In de Gemeente Leudal mag niet gebouwd worden in gebieden met agrarische bestemming. Daarmee lijkt de openheid van het gebied gewaarborgd. Een vermeldenswaardige anekdote is nog wel dat in 2001 de voormalige Gemeente Roggel en Neer en een aantal grondeigenaren zijn gepolst over de plaatsing van vijf windturbines in het Buggenumseveld. Een ambtenaar van de Gemeente liet hierop weten problemen te voorzien vanwege de hoge landschappelijke waarde van het gebied. Tot op heden zijn geen windturbines in het gebied gesignaleerd.

Het Buggenumse Veld maakt geen onderdeel uit van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en heeft ook anderszins geen provinciale specifiek groene bestemming. Het Buggenumseveld behoort daarmee tot de zgn. ‘witte’ gebieden. Het dominante landgebruik is akkerbouw.

Het Buggenumse Veld bruist ook van het leven. Het herbergt robuuste populaties van vogels van open akkerland, zoals patrijs, veldleeuwerik, kwartel en de laatste jaren vele ganzen. De veldleeuwerik was ooit een van de talrijkste broedvogels van Nederland, maar is sinds de jaren zestig letterlijk in aantal gedecimeerd en prijkt, net als de patrijs, prominent op de Rode Lijst. In het Buggenumse Veld komt de veldleeuwerik nog relatief veel voor naar Nederlandse maatstaven.

Inkomenstoeslagen.

Uit hoofde van Europesche regelgeving heeft minstens de helft van de Nederlandse agrarische bedrijven recht op een subsidie die bekend staat als de inkomenstoeslag. Deze toeslag bedroeg in 2010 per bedrijf ca. 9000 euro en de gemiddelde toeslag per ha ca. 400 euro. In ruil voor het ontvangen van de inkomenstoeslag zijn agrariërs verplicht zich te houden aan Europese normen op het gebied van milieu, voedselveiligheid, diergezondheid en dierenwelzijn. Dit wordt ‘cross compliance’ genoemd. Behoudens enkele uitzonderingen komt cross compliance er in de praktijk op neer dat landbouwbedrijven zich aan de vigerende nationale wet- en regelgeving moeten houden (Meststoffenwet, Flora- en Faunawet, Bestrijdingsmiddelenwet, etc.) Worden een of meer wetten niet nageleefd, dan kan een deel van de toeslag worden ingetrokken. Voor de agrariërs die een toeslag ontvangen is deze cruciaal om boer te kunnen blijven in de toekomst. Het toeslagrecht in de akkerbouw beslaat in 2010 gemiddeld ca. de helft van het gezinsinkomen uit het bedrijf.

Het Buggenummerveld en zwaarveld is gelegen in de Gemeente Leudal. De Gemeente Leudal maakt deel uit van de Gebiedsontwikkeling Midden-Limburg (GOML) en is in oppervlakte Limburgs grootste Gemeente. De Gemeente Leudal is al bezig met verdere ontwikkelingen rondom de Maasplassen en het vitaal platteland. Niet iedereen zal zich in de nieuwe plannen kunnen vinden. De LLTB vindt het onacceptabel als er door grindwinning opnieuw honderden hectare vruchtbare landbouwgrond verdwijnt zonder dat daar op zijn minst compenserende maatregelen voor boeren tegenover staan. Het stoort de belangenorganisatie van agrariërs enorm dat de provincie bij de ontgrindingsplannen wel oog heeft voor natuur, recreatie, hoogwaterbescherming en wonen, maar de landbouwsector op geen enkele wijze noemt.

Maar Gemeente, Provincie en ontgronders zien dit weer anders, het schept kansen, zegt men, en dat betekent meerwaarde. Die meerwaarde kan zijn: hoogwaterbescherming, woningbouw, recreatie en natuurontwikkeling in het gebied. Van de ontgrinder Kuypers, waarvan de huidige ontgrondingsvergunning in 2013 afloopt, wordt verwacht dat hij kwalitatief goede projecten aanlevert. Landschappelijk zal het allemaal ingepast moeten worden wil het kunnen concurreren met de huidige situatie. Landschappelijk is nu vooral het open veld bijzonder waardevol. Daarnaast is er nog veel zichtbaar van de cultuurhistorie en liggen er binnen het gebied ook belangrijke archeologische waarden waaronder de Romeinse weg. Het maakt mij nieuwsgierig hoe dit allemaal aan elkaar gebreid gaat worden. 

Ook naar de ontwikkeling van Nunhems wordt met argus ogen gekeken. De uitbreiding beslaat een oppervlak van 25 ha, waarvan 20 ha glas, te realiseren over een termijn van circa 20 jaar.

De beoogde uitbreidingslocatie bevindt zich aan de oostzijde van de Napoleonsweg, pal naast de huidige hoofdlocatie van Nunhems, in een gebied dat bekend staat als de Vuile Drees en Naddenberg ( In de Gemeente Leudal mag niet gebouwd worden in gebieden met agrarische bestemming). Ook hier is het laatste woord nog niet gezegd. Al met al zal de komende jaren menig woord gesproken worden en zal de Gemeenteraad van Leudal veel wijsheid op tafel moeten leggen voordat deze projecten (volgens Gemeente Leudal) de “parels” van Leudal zijn.

 

Mijn moeder

 Sagen en Mythe in het Leudal.  

 
 
Verhalen van vroeger, de Arixjuffrouw.
 
Verhalen die mijn moeder vroeger aan mij vertelde maakte de lange winter- avonden een stuk aangenamer. Maar vooral de verhalen van mijn oma boeide mij enorm. Zij kon geweldig vertellen en je zag het bij wijze van spreken voor je. De verhalen over de Arixjuffrouw met het haakje maakte grote indruk op mij. Het haakje van de Arixjuffrouw deed mij denken aan het haakje waarmee mijn vader kippen ving voor de slacht. Het haakje was zo gebogen dat het om de been van de kip vast klemde en niet meer los liet. Ontsnappen was niet meer mogelijk. Dat idee had ik ook van het haakje van de Arixjuffrouw eenmaal vast en niet meer los. Dit beeld maakte het spannend en fascinerend. Waarom mijn oma mij angstig probeerde te maken voor de Arixjuffrouw is mij heden ten dagen niet duidelijk. Was het de stortplaats waar de arixjuffrouw, met haar hoofd in het koffertje, verbleef en leefde de reden ?
Mijn zus en ik lagen aan haar lippen als ze vertelde over de kabouters die ze s'morgens voor dag en douw zag toen ze naar de lijmskoel de koeien ging melken. De kabouters waren toen als bezig met de dagelijkse werkzaamheden bij de ziep en ontliepen haar verlegen. De ziep was een kwelwater stroompje in het Buggenummerbroek dat vanuit de zevenellen werd gevoed. De kabouters waren afkomstig uit het Leudal en volgens mijn oma wemelde het daar van de kabouters met name bij de Litsberg en de Zijlsterbeek.
Mijn oma was in Buggenum geboren als Hubertina Verlinden (Susse Dien) en heeft als dienstmaagd gewerkt bij de Familie Beltjens. Een welgestelde uit Belgie afkomstige familie die zich in Buggenum had gevestigd en hier veel eigendom in het bezit had. Vanaf haar 14 jaar werkte ze als dienstmeisje bij de familie Beltjens totdat ze huwde met Toon Schreurs uit Horn. Het huis waar ze met Toon ging wonen behoorde toe aan de familie Beltjens. Verder was huize Monte Cristo ook bekend als huize Minkenberg eigendom van Beltjens. De familie Beltjens bezit nog altijd een familiegraf op het kerkhof van Buggenum.

En zo kijk je verder...

 

zie ook de menubalk rechts boven in beeld, nieuws uit de streek, laat mensen uit de streek aan "woord".

Klik op de foto's voor vergroting. 

Pages to the People